‘In Hog Signo Vinces’, het nieuwste album van het Zweedse VII Gates, begint met een (al dan niet echt) stukje uit de aankondiging van een optreden, waarin een van de muzikanten vertelt dat de bassist rijkelijk te laat was en dat ze de drummer het podium hebben moeten opsleuren. Het is eens wat anders dan een symfonische intro en het toont dat de band over een gezond gevoel voor humor beschikt. Er volgt onmiddellijk een hoekige riff, geaccentueerd met enkele keyboardtoetsen en een hoge gil die doet denken aan Rob Halford. Zo weet je natuurlijk al direct wat je in de kuip hebt, al doet zanger Criss Blackburn meer denken aan een goede Kai Hansen dan aan Halford. De vocalist is wegens zijn vrij groot stembereik en zijn uitstekend gebruik van de kopstem overigens een van de relaties op deze schijf, al zullen metalheads die niet hogen van falsettozang wellicht moeite hebben met sommige passages en klinkt het soms alsof Blackburn in de hoogste regionen tegen zijn limiet aanzit. Als je de hoogten van een Wade Black (ex-Crimson Glory) weet te bereiken, ben je echter zeker niet slecht bezig.
Klinkt “Skyrider” nog als een mengeling tussen klassieke heavy, power en speed metal, compleet met ronduit schitterende solo’s, is “Dreams They Haunt Me” een fantastische song met veel neoklassieke, symfonische en progressieve elementen. De ene keer voegen de heren wat jazz toe, de andere keer lijk je naar een ‘folky’ passage van Rhapsody of Fire te luisteren. Bovendien zit het technisch niet enkel erg knap in elkaar, het is ook nog eens allemaal erg memorabel. “March of the Amazones” doet dan weer erg denken aan het Queensr˙che ten tijde van “Queen of the R˙che”. Het refrein is onmiddellijk meezingbaar, de riffs klinken lekker en ook het dubbele gitaarwerk is op het appel. “Answer to You, Heart (Stranger in the Dark)” begint met een leuke keyboardmelodie in de trant van “Digital Deceit” van After Forever, maar kleurt iets strakker binnen de lijnen. “Immortal (Hymn to the Prison Guard)” laat opnieuw enkele progressieve en neoklassieke elementen horen, met onder andere een heel sterke instrumentale passage, subtiele koorzang en enkele stevige power metalriffs.
“Children of the Corn” gaat van start met een leuke intro, die echter lang niet zo onheilspillend klinkt als je zou verwachten van een song die is gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Stephen King. Het is meteen ook een van de minder geslaagde nummers. Het daaropvolgende “The Mad Minstrels (with Delusions of Grandeur)” zit dan weer volgepropt met toffe melodieën, tempo- en sfeerwisselingen en kristalheldere, vingervlugge solo’s. Daarna is het sublieme “The Lake” een van de uitschieters, een nummer dat op een gemiddeld tempo wordt gespeeld, maar dankzij onder andere stevig drumwerk en een erg episch klinkend thema heel groots en imposant klinkt. Elk bandlid krijgt bovendien voldoende ruimte om uitgebreid zijn steentje bij te dragen. Het rockende “Cat Eyes” is de vreemde eend in de bijt, maar ook met dit soort vrolijke hardrock blijkt VII Gates overweg te kunnen.
Er wordt nog geëindigd met het degelijke, lichtjes afwijkende “Feeding the Predator”, maar voor je daar bent aangekomen is het al duidelijk: VII Gates is een uitstekende band, met twee fantastische gitaristen (JJ Rockford en Robert Makek) en een erg goede zanger in de gelederen. Niet elk nummer op 'In Hoc Signo Vinces' bereikt hetzelfde niveau, maar de betere tracks, zoals “Skyrider”, “Dreams They Haunt Me” en “Immortal (Hymn to the Prison Guard)” zijn zo goed dat elke liefhebber van melodieuze metal met cleane vocalen hier wel weg mee zal kunnen.
|
|