Toen ik via een interview vernam dat Pain Of Salvation deel zou nemen aan de voorrondes van het Eurovisie Songfestival, had ik wel verwacht dat Daniel Gildenlöw met iets imposanter zou uitpakken dan ‘Road Salt’. Hoe kunnen de Scandinaviërs hun reputatie van woest, plunderend Vikingvolk staande houden met zo’n nichterige ballade dat vergezeld wordt van belldrops en een orgeltje?? Mijn verbazing wordt groter wanneer ik voor het eerst het album beluister waar dit niemendalletje op staat. Is Pain Of Salvation niet die Zweedse progressieve metal band met die lange nummers steeds volgepropt met technisch uitgewerkte structuren?? Van dit alles is in ieder geval niets meer te bespeuren op deze zevende langspeler en zonder schroom kan toegegeven worden dat de groep met “Road Salt One” wel een enorme gok waagt. Er is niets mis met een beetje experimenteren met stijlen, maar dit gaat zelfs mijn ruimdenkende geest zijn boekje te buiten. Bij de aanvang van ‘No Way’ waan ik me haast onmiddellijk op het volgende album van Fall Out Boy, want zowel de zanglijnen als de toon doen me denken aan Patrick Stump en ook dat irritante pianogejengel ontbreekt niet. ‘She Likes To Hide’ heeft dan weer veel gelijkenissen met de muziek van The Black Keys, die een mix brengen van rock en blues. Pain Of Salvation heeft zich duidelijk laten inspireren door de Amerikaanse muziekcultuur uit de jaren ’70. Het resultaat is een psychedelische progressieve rockplaat met blues invloeden wat het geheel op “Road Salt One” zeer vintage maakt. Het totaal misplaatste ‘Sleeping Under The Stars’ moet een grap zijn, maar dan wel een heel slechte. Niet alleen hangt dit nummer helemaal niet samen met de rest van het album, het angstzweet breekt met uit wanneer ik een wals hoor die haast uitmondt in een Griekse Sirtaki? Wat is dit? Ik vrees dat veel mensen zich diezelfde vraag gaan stellen.
|
|