Gat-ver-damme! Wat is dit, zeg? ‘The King of Hell’ heeft net drie rondjes gemaakt in onze cd-lader en we zijn nog steeds zo enthousiast dat we deze recensie haast moeten beginnen met een stevige aanrader: dit is een ‘must-have’ cd voor elke rechtgeaarde metalliefhebber! Enkel wie zweert bij gegrom en geschreeuw zal weinig boodschap hebben aan de fantastische strot van James Rivera, alle anderen zijn het zichzelf haast verplicht om zich deze schijf aan te schaffen!
Helstar heeft al dertien jaar geen studioalbum uitgebracht, maar in het geval van deze heavy metalhelden heeft dat cijfer zeker geen ongeluk gebracht. ‘The King of Hell’ is namelijk het best klinkende, meest memorabele werk uit hun oeuvre. Het begint al met de ongewoon sinistere intro, die losbarst in het sublieme titelnummer. Werkelijk alles wat een goede (lichtjes progressieve) power metalsong moet hebben is aanwezig: uitstekende, gevarieerde riffs en geweldig solowerk van de twee gitaristen, Larry Barragan en Rob Trevino, een stevig basgeluid dankzij Jerry Abarca en vocalen van James Rivera die Rob Halford nog zouden doen verbleken. Bovendien lijkt Helstar het juiste midden te hebben gevonden tussen Amerikaans klinkende power metal en een meezinggehalte dat net zo hoog is als dat van de beste Europese bands, waardoor we hier te maken hebben met een absolute klassieker. Wanneer Rivera “Bow down to the King of Hell” zingt, kan je dan ook bijna niet anders dan met de handen gebald mee te brullen.
Tussendoor moeten we overigens ook nog even het label bedankt zeggen om pr-cd’s af te leveren die niet zijn getekend door nutteloze voice-overs, want dat soort gezever zou enorm veel afbreuk doen aan een album als dit. Er gebeurt namelijk behoorlijk veel in elke song, zonder dat er voor een echte progressieve metalrichting wordt gekozen. Luister maar eens naar het erg heavy “The Plague Called Man”, waarin Russel DeLeon bewijst dat hij als geen ander songs extra punch kan geven door zijn gedreven drumwerk en het gitaarduo een aantal solo’s aflevert om vingers en duimen bij af te likken, Trevino met wat ‘old school’ tapwerk en Barragan met hetzelfde soort arpeggio’s die Yngwie Malmsteen al jaren doen klaarkomen, maar dan beter gedoseerd.
“Tormentor”, een song die handelt over de kruisiging en over hoe onze zonden steeds dieper in het vlees van Jezus branden, kregen we als bonusnummer in een andere uitvoering al te horen op de vorig jaar verschenen verzameling van opnieuw opgenomen songs en maakt nu enkel nog meer indruk. Hetzelfde geldt overigens voor het memorabele “Carress of the Dead”. Ook de andere songs zijn van een erg hoog niveau en er wordt pas echt gas teruggenomen op “In My Darkness”, het voorlaatste nummer. Die track begint met een akoestische intro en Rivera’s stem, maar reveleert zich gaandeweg als een donkere, erg gevarieerde song. Ook afsluiter “Garden of Temptation” klinkt, mede dankzij het gebruik van notenprogressies die je meer verwacht in flamenco in een spookachtige intro, uitstekende gitaarharmonieën en een evocerende zanglijn, geweldig.
Zijn er dan geen minpunten op te sommen? Wel… neen, eigenlijk niet. Wij vonden er alvast geen. Alle muzikanten etaleren een erg hoog technisch gevoel, maar combineren dat met een erg goed gevoel voor harmonie en melodie, terwijl ook de productie super klinkt. En met het ‘thrashy’ “Pain”, waarop Rivera haast even hoog zingt als Halford of Tim Owens, heeft Helstar ook nog eens zijn meest heavy nummer ooit opgenomen, zonder dat door te trekken naar teveel andere songs. Als dit niet in onze top tien van het jaar terecht komt, zweren wij seks voor een volledige dag af! Een groter bewijs van vertrouwen kunnen we niet bedenken…
|
|