Op een paar maanden tijd verschijnen er twee albums waar je een hoofdrol op vertolkt. Wat zijn zoal de verschillen die je aanvoelt bij het schrijven daarvan?
Wanneer ik aan mijn ‘solostuff’ schrijf, kan ik avontuurlijker zijn en stilistisch meer verschillende richtingen ingaan. UFO is meer een rockband; alleen bepaalde stijlen zullen daar in passen. Daarbij ga ik dus selectiever te werk.
Heb je dan een voorkeur voor jouw eigen solomateriaal?
Ik hou van de twee dingen. Ben altijd aan het schrijven en hou ervan om creatief te zijn, om nieuwe songs in elkaar te knutselen.
Je bent inmiddels al enkele jaren bij UFO. Die band bestaat al 40 jaar. Hoe was het om daar lid van te worden en heb je de indruk dat je voldoende jouw eigen stempel kunt drukken op het songmateriaal?
Het was een enorme opportuniteit en een ‘coole’ situatie, want ik was een fan van de band toen ik opgroeide. Wat de eigen stempel betreft: ik denk daar niet echt te diep over na, ik schrijf en speel en wat er uitkomt, is meestal goed voor de andere bandleden.
Wilden de oudere leden van UFO niet vooral een gitarist die dat typische UFO-geluid zou kunnen vrijwaren?
Nee. Weet je, toen de jongens aan het zoeken waren naar een nieuwe gitarist, wilden ze een man die ook songwriter is en die veel kan bijdragen aan de muziek. Ze zochten naar iemand die hen zou kunnen vervoegen en meteen een gelijkwaardig lid zou zijn. Dat was een van de dingen die het zo leuk maakten voor mij, maar ik denk wel dat ze door het beluisteren van mijn muziek wisten dat ik bij UFO zou passen. Er was echter geen druk.
Mag je ook de oude solo’s bijvoorbeeld aanpassen?
Ja, ik heb de oude solo’s altijd maar benaderd, zonder exact te kopiëren wat mijn voorgangers deden. Phil [Mogg, de zanger van UFO – red.] wilde dat ik vooral mezelf zou zijn.
En de fans, dan? Willen sommigen niet dat je alles noot voor noot kopieert?
Nee, ze hebben nog nooit geklaagd.
Ik vroeg me vooral af of ze je er nooit over aanspreken.
Ah, ik begreep het verkeerd… Wanneer ik een song live speel, zal ik de melodieën spelen die belangrijk zijn en als er iets essentieel is voor de song, zal ik het zeker spelen. Zo is het met eender welk nummer, ook als ik solo live speel. Ik improviseer veel.
Het lijkt me dat alles zo ook leuker blijft.
Ja, het zou saai zijn – zelfs als ik mijn eigen soloshows doe – om alles exact na te spelen.
Jouw nieuwste soloalbum, ‘To the Core’, laat je bij momenten weer van een andere kant horen…
Ik denk dat mijn soloalbum anders is dan eender wat ik eerder heb gedaan. Het is fundamenteel een rockplaat, maar er zijn meer invloeden… Je vindt er meer dingen in terug die ik graag hoor, zoals blues, bebop, jazz, funk en zelfs minder voor de hand liggende stijlen. Mijn ding is wel altijd: It’s gotta rock! Je kunt veel invloeden toevoegen, maar het moet rocken en impact maken. De nieuwe UFO is dan weer meer bluesy dan wat we voorheen gedaan hebben.
Was dat een bewuste beslissing?
Nee, ik pak de gitaar gewoon ter hand, ik speel, en dan moet het maar werken. Ik denk dat die manier van componeren creatiever is dan alles met voorbedachten rade te doen.
Het lijkt er ook op dat jullie een vrij uitgebreide tournee hebben uitgedokterd.
Sinds 31 mei zijn we een hoop shows aan het afhaspelen. We hebben eerst Engeland gedaan, dan Graspop in België. We spelen ook op Wacken Open Air en ik ga solo ook wat Italiaanse shows doen in juli.
Hoe heb je de muzikanten voor jouw soloalbum gekozen?
Ik ken veel mensen die heel goed spelen en het gaat er gewoon om wie beschikbaar is, wie ik denk dat de juiste persoon is… Omdat er deze keer veel verschillende stijlen zijn, wist ik dat er een goede drummer moest zijn die veel aankan. Daarom koos ik bijvoorbeeld voor om Van Romaine aan te werven als drummer. Hij kent veel stijlen, heeft veel techniek, kan rocken, maar kan ook swingen en zo… John JD Deservio [de bassist – red.] is ook een vriend van mij. We hebben al eerder samengespeeld en JD is een heel goede muzikant, die ook heel wat stijlen aankan.
Ga je hen ook proberen mee te nemen op tournee?
Ik weet het nog niet; die jongens spelen in andere bands en hebben andere dingen te doen.
Denk je er ooit over om alles in te zetten op jouw solocarrière?
Nee, dat klinkt te beangstigend. Ik hou ervan om te spelen met een band en om samen muziek te schrijven. Op die manier kan je jezelf voeden op de anderen en kan je door hen geïnspireerd worden.
Hou je jezelf ook veel bezig met de technische aspecten van het gitaarspel?
Nee, maar de fysieke bouw van een gitaar is heel belangrijk voor mij. Ik heb altijd op gitaren gespeeld die in de stratocasterfamilie zitten. Ik heb nu ook een ‘signature guitar’, de Vinman 2000, die ik samen met Dean Guitars heb ontwikkeld. Die heeft elementen [een Dean Vinnie Moore Humbucker en 2 DiMazio enkelspoelelementen met ruimte tussen – red.] die ik graag heb. Ook de vorm is belangrijk. Zo speel ik dus beter op een stratocaster. Vooral de basisvorm van de body is uitstekend geschikt voor mij. Die voelt goed aan om vast te houden. Ook het geluid en de hoogte van de snaren boven de body zijn perfect.
Bij een Gibsongitaar ligt de action bijvoorbeeld meestal hoger.
Ja, maar ik heb het vooral over de rechterhand, niet noodzakelijk de linkerhand. Bij een Les Paul ligt die moeilijker. Nochtans hou ik van Les Pauls: ze zorgen voor een prachtig geluid, maar ik zou er nooit exclusief op kunnen spelen.
Probeer je jouw kennis ook over te brengen op andere mensen?
Ik verzorg veel ‘gitaarclinics’ en ik spreek vaak met de ‘kids’. Zo probeer ik ook bij te leren. Ik heb nog nooit een privéleraar gehad. Daar heb ik niet genoeg tijd voor en bovendien zou ik daar niet goed in zijn. Ik hou niet echt van iemand iets leren, maar ik hou er wel van om mensen te helpen en hen in de goede richting te sturen. Die ‘gitaarclinics’ doe ik graag omdat ik dan voor mensen kan spelen, net alsof ik live optreedt met de band. Ik vind het geweldig als ik kan praten met de fans!
Doe je dan je best om contact te houden met hen?
Meestal gaan we na de show naar buiten. We ondertekenen dan allerlei dingen en praten met de fans. Op die manier blijf ik voeling behouden met hen. Ik heb ook een forum op mijn website en af en toe spring ik daar eens binnen.
Krijg je dan ook soms reacties van fans die je met jouw muziek hebt geholpen?
Jazeker! Zo kreeg ik pas 2 dagen geleden een bericht van een jongen die me had gevonden op MySpace. Hij vertelde me hoe ik een grote inspiratie was voor hem toen hij opgroeide. Hij werd geïnspireerd door mijn muziek en begon daarom gitaar te spelen. Dat hielp hem door enkele moeilijke tijden heen. In die periode bekeek hij me op YouTube en dat soort dingen.
Het moet een geweldig gevoel geven als je zoiets hoort.
Absoluut…
Hoe verteer je ondertussen het toerleven?
Wel, zo lang weg zijn van huis is zeker moeilijk. Het kan altijd moeilijk worden. Gelukkig gaan we met deze band ook uit en nemen we binnenkort een adempauze. Ik herinner me dat ik in de jaren negentig 6 maanden lang met de soloband toerde. Dat was hard. Ik vind het leuk dat we 3, 4 weken toeren en dan een pauze nemen. Ik denk dat het beter voor de fans is, ook.
Bedankt, Vinnie!